
Zo’n 25 jaar geleden, toen computers langzamerhand gemeengoed werden, had ik tijd nodig om er vertrouwd mee te geraken. Ik was onzeker. En dat ben ik nog. Ik prefereer nog altijd fysiek of telefonisch contact boven emailverkeer. Als ik vastloop in een programma of anderszins de weg kwijt raak, word ik soms tot tranen toe overweldigd door machteloosheid en paniek. Het is mij gelukt een beperkt aantal handelingen te leren toepassen die mij in staat stellen dat te doen wat ik nodig heb, privé en zakelijk.
Wat ik vooral mis, is de menselijke aanwezigheid, de chemie van het samenzijn. Ik voel me ook ongemakkelijk bij de omgang met andere apparaten, een thermostaat, een printer, een wasmachine. Om de afstand die ik ervaar te overbruggen, ga ik als het ware in gesprek. Als mijn auto een vreemd geluid maakt, geef ik een klopje op het stuur en spreek ik haar bemoedigend toe. Ik bedank mijn telefoon, als hij na een hapering het toch weer blijkt te doen. Ik herinner me een gebeurtenis van 35 jaar geleden. Ik werd bestraald na een borstkankeroperatie. Terwijl ik iedere dag 10 minuten doodstil in een machine zo groot als een olifant moest liggen, dacht ik aan alle mensen die betrokken waren geweest bij het tot stand komen van deze behandeling: de onderzoekers, de technici, de artsen, het medisch personeel. Op die manier werd de bestraling een warm geschenk van energie. Ik voelde geen weerstand en kon de helende werking ervan ontvangen.
Zo heb ik mijn manier gevonden om vertrouwen te hebben in de welwillendheid van apparaten en van de mensen die erachter zitten, en in mijn vermogen ermee samen te werken. Dit vertrouwen wordt momenteel stevig op de proef gesteld. Door cyberaanvallen is de veiligheid van onze internetverbindingen in het gedrang. Onbekende nummers op mijn telefoon neem ik niet meer op. Ik hoor te vaak van oplichting en misleiding langs deze weg. Ik ben tegenwoordig waakzaam omdat ik rekening houd met mogelijke kwaadwillendheid van de mensen achter de apparaten. Het doet mij verdriet dat de omstandigheden mij haast dwingen tot wantrouwen.
Herkenbaar Justine.
Ik verbaas mij over hoe snel alles ontwikkelt. Vroeger wist ik elk audiosnoertje te verbinden, heb ik mijn computerbewijs gehaald. Ha ha ik kan wel 20 updates gebruiken. Het apparaat doet er wel 100 den.
Zo merk ik dat ik ouder wordt en langzaam afhaak op moderne spullen.
Dezen zouden voor ons gemak zijn…….ik weet niet of dat wel voor ouderen geldt. Meer de verkoper en de centen.
Tja. Ik vind mijn weg in deze huidige wereld en daar geniet ik ook van en ben ook blij met mijn oplossinkjes om verder te kunnen gaan.
Lieve groet, Helmi
Heel herkenbaar Justine! Hoe ik ook mijn best doe, ik heb ook vaak de hulp van anderen nodig en dat vraagt steeds opnieuw moed. Om daarin rechtop te blijven staan en me niet omlaag te laten trekken en me zelf dom en onhandig te vinden. wat een groeizame uitdagingen eigenlijk!
En nog even over je wantrouwen Justine…..
In het Midden Oosten is er een verhaaltje over een man die aan de imam vraagt of het nodig is om zijn kameel vast te binden of op God te vertrouwen dat die niet weg loopt. Hij krijgt als antwoord:
Bindt je kameel vast en vertrouw op God.
Liefs,
Marlijn